Dalarna
Dalarna is voor veel Zweden dé provincie waar Zweden op zichzelf lijkt. Het is de streek van de dalapaarden uit Nusnäs, de faluröda huisjes die hun kleur danken aan de kopermijn van Falun, en van midzomer zoals je het je voorstelt: meiboom, klederdracht en viool, vooral rond Leksand en Rättvik. Dat klinkt als folklore voor toeristen, en dat is het deels ook. Maar het wordt hier nog steeds gewoon gedaan, of er nu iemand kijkt of niet.
Wat wij vooral komen halen is de natuur eromheen. Het Siljanmeer ligt in een krater die 377 miljoen jaar geleden door een meteoriet werd geslagen — je merkt er weinig van tot je de zachte heuvels errond ziet. Verder naar het noordwesten wordt het ruwer: Fulufjället met Njupeskär, de hoogste waterval van Zweden, en de kale fjällen richting Sälen en Idre. Wie vanuit Värmland noordwaarts rijdt, komt hier bijna vanzelf terecht. En blijft meestal langer dan gepland.
Falun kopermijn: waarom elk Zweeds huisje rood is
In een gat in Dalarna ligt het antwoord waarom Zwede huizen rood zijn en het verhaal is minstens zo mooi als het landschap.
Nusnäs: waar de echte dalapaardjes vandaan komen
In Nusnäs worden de echte Zweedse dalapaardjes nog volledig met de hand gesneden en beschilderd — en je mag erbij kijken.
Dalarna Zweden: een eerste kennismaking
In Dalarna gebeuren twee dingen: je ontmoet Zweden zoals het echt is, en je gaat trager leven.