Dalarna

Dalarna is voor veel Zweden dé provincie waar Zweden op zichzelf lijkt. Het is de streek van de dalapaarden uit Nusnäs, de faluröda huisjes die hun kleur danken aan de kopermijn van Falun, en van midzomer zoals je het je voorstelt: meiboom, klederdracht en viool, vooral rond Leksand en Rättvik. Dat klinkt als folklore voor toeristen, en dat is het deels ook. Maar het wordt hier nog steeds gewoon gedaan, of er nu iemand kijkt of niet.

Wat wij vooral komen halen is de natuur eromheen. Het Siljanmeer ligt in een krater die 377 miljoen jaar geleden door een meteoriet werd geslagen — je merkt er weinig van tot je de zachte heuvels errond ziet. Verder naar het noordwesten wordt het ruwer: Fulufjället met Njupeskär, de hoogste waterval van Zweden, en de kale fjällen richting Sälen en Idre. Wie vanuit Värmland noordwaarts rijdt, komt hier bijna vanzelf terecht. En blijft meestal langer dan gepland.