Friluftsliv - Waarom Zweden buiten zijn als levensstijl beschouwen
De eerste keer dat ik het opmerkte, was op een doordeweekse ochtend in de buurt van ons huisje. Ergens in de ochtend, een typische grijze ochtend die je soms wel eens hebt. Zo eentje waar wij lagelanders zouden zeggen. We blijven binnen en toch zag ik beweging: een buurman die rustig zijn boot het water in schoof. Geen haast. Geen doel dat ik kon zien. Hij ging een stuk het meer op, bleef even stilliggen, en kwam nadien terug. Een ander moment waar je merkt dat mensen gewoon een wandelingetje gaan maken of wanneer ze ergens tijdens een wandeling korv med bröd maken. Gewoon buiten zijn zonder een echt doel zo lijkt het wel. Dat is friluftsliv in de praktijk. Niet sporten. Niet presteren. Gewoon buiten zijn.
De friluftsliv betekenis is buiten leven. Het draait precies om dat: het idee dat buiten zijn op zichzelf al genoeg is. Geen bestemming nodig. Geen resultaat. Het is iets wat je in Zweden overal ziet, maar dat moeilijk uit te leggen is aan iemand die er nog nooit mee in contact is geweest.
Wat friluftsliv betekenis heeft in het Zweedse buiten leven
Het woord bestaat uit drie delen: fri (vrij), luft (lucht), liv (leven). Vrij-lucht-leven. De Noren gebruiken het ook, maar in Zweden zit het diep in de cultuur verweven, samen met het allemansrätten — het recht om overal in de natuur te wandelen, te kamperen en te zwemmen, ook op privégrond.
Maar het gaat verder dan een wet of een gewoonte. Het is eerder een stille afspraak: de natuur is er voor iedereen, en je behandelt haar met respect.
Een wandeling na het eten. Een kopje koffie buiten, ook als het fris is. Een kind dat na school naar het bos gaat zonder dat daar een reden voor nodig is. Niemand die vraagt: maar wat ga je dan doen?
Trollenmensen komen uit hun grot
Mijn vrouw en ik hebben een running joke over de zweden. We noemen ze lacherig - trollenmensen.
Als het bewolkt is, als de regen aanzet, als de temperatuur net iets te laag is: zijn de Zweden onzichtbaar. Je hoort ze misschien een deur, een motor in de verte, je hoort ze bezig, hout zagen of praten tegen elkaar maar het lijkt alsof je ze niet ziet. Ze leven als het ware in hun grot.
En dan, op de eerste echte betere dag, zijn ze er ineens. Overal. Boten op het meer, mensen op de steigers, kinderen in het water, wandelaars op elk pad. Alsof een knop werd omgezet.
Het is niet, niet durven buiten komen. Ze wachten op het moment dat buiten zijn echt loont, en als dat moment er is, grijpen ze het met beide handen. Geen halfslachtig buitenkomen met een paraplu. Gewoon buiten zijn, voluit, zolang het weer goed genoeg is en je kledij in je kleerkast hebt hangen die daarbij past.
Dat contrast heeft me iets geleerd. In België of Nederland gaan we ook buiten als het mooi is, maar we doen het vaak met een agenda. We wandelen naar iets, we fietsen ergens naartoe, we bezoeken een terras. Er is altijd een doel. Bij Zweden is het doel gehaald als ze buiten stappen.
Friluftsliv is geen weekend-activiteit
Wat me opvalt als ik in Zweden ben, is dat friluftsliv niet iets is dat je plant. Het zit in kleine dingen. Een Zweed die zijn koffie buiten drinkt terwijl het acht graden is. Een koppel dat na het eten een stuk wandelt langs het water zonder echte bestemming. Kinderen die na school naar buiten gaan en pas terugkomen als het donker wordt, zonder dat iemand daar zenuwachtig van wordt. Je ziet dat ook bij scholen. Kinderen spelen er nog buiten zelfs bij een halve meter sneeuw zie je ze buiten spelen. Avonturieren, leren kennen van wat het nu is buiten zijn zijn. Het is geen activiteit die je inplant tussen werk en afspraken. Het is eerder de achtergrond van een dag. Buiten zijn is de default, niet de uitzondering.
Friluftsliv en het allemansrätten
Friluftsliv bestaat niet los van het allemansrätten — het recht om overal in de natuur te zijn, ook op privégrond, zolang je niets beschadigt en niemand stoort.
Dat klinkt eenvoudig, maar het verandert alles.
Als je weet dat je overal mag zijn, verdwijnt de drempel. Je hoeft geen pad te zoeken, geen toegang te vragen, geen parkeerplaats te betalen. Je gaat gewoon. Een meer dat je ziet liggen? Je kan er naartoe. Een bos langs de weg? Je kan erin lopen.
Dat maakt buiten zijn vanzelfsprekend.
En vanzelfsprekendheid is precies wat friluftsliv nodig heeft in mijn ogen om te werken binnen een maatschappij en te kunnen overleven in een wereld waar het net allemaal sneller gaat is het misschien net dat vertragen wat werkt en wat mensen aanspreekt om naar het Noorden te gaan.